Projectdetails

of


Mode of delivery and maternal and neonatal outcome in the extreme premature.

Keywords:
Extreme prematuur Stuitbevalling Modus partus

Researchers:
A, Elvan

Nature of the research:
Retrospectief dossier onderzoek.

Fields of study:
pediatrics obstetrics

Background / introduction
In 2010 is de landelijke richtlijn perinataal beleid bij extreme vroeggeboorte tussen de 24 en 26 weken ingevoerd in Nederland en ouders krijgen sindsdien de optie om te kiezen voor een actieve opvang voor 26 weken. Daarbij is een counseling in een tertiair centrum door de gynaecoloog en neonatoloog samen van belang om ouders voor te lichten over de opties (actieve opvang versus comfort care), de implicaties van een NICU behandeling, de overleving en mogelijke complicaties bij een extreem vroeg geboren neonaat. De gynaecoloog bespreekt daarnaast ook de modus partus met ouders en bij deze termijn is er vaker sprake van een stuitligging ten opzichte van een verder gevorderde termijn. Er lijken aanwijzingen dat de uitkomst voor een premature stuitligging (vanaf 26 weken) mogelijk beter is bij een bevalling per keizersnede, echter voor deze extreme premature groep is dat niet goed bekend. Gerandomiseerd onderzoek is niet goed mogelijk. Een keizersnede brengt daarentegen een verhoogde morbiditeit en mortaliteit met zich mee voor de moeder. Er zijn diverse centra in Nederland die standaard een keizersnede verrichten bij een stuitligging in deze extreem premature groep. In het UMCG doen wij dat niet, wij streven naar een vaginale baring en vertellen de ouders dat het niet uitmaakt voor de uitkomst voor het kind en veel beter is voor moeder. Een recente publicatie uit Ierland (O’Reilly 2020) laat ook zien dat bij een stuitligging tussen de 24 en 28 weken er geen verschil lijkt in de uitkomsten tussen een vaginale baring een geplande keizersnede voor het kind. Alle vrouwen met een stuitligging voor 26 weken, die al in partu waren, zijn vaginaal bevallen in deze studie. De auteurs pleiten dan ook voor het behoud van de skills van de gynaecoloog om vaginale baringen te blijven doen bij de premature stuit.
Research question / problem definition
Een vaginale baring bij een stuitligging tussen 24 en 26 weken heeft geen negatieve gevolgen voor de uitkomsten van het kind ten opzichte van een keizersnede, waarbij de uitkomsten voor moeder evident beter zijn.
Workplan
Retrospectief dossier onderzoek. Het dossier van de moeder en het kind zullen worden gelezen door enkel de onderzoekers (student onderzoeker, gynaecoloog en neonatoloog). De gegevens zullen anoniem worden verwerkt met een apart sleutel bestand waarbij het studienummer gekoppeld wordt aan de moeder, alles opgeslagen in een beveiligd mapje binnen de obstetrie schijf voor onderzoek. Een van onze neonatologen wordt betrokken bij de uitvoer en analyse van het onderzoek.
References
O'Reilly et al. Influence of mode of delivery on outcomes in preterm breech infants presenting in labor. The Journal of Maternal-Fetal & Neonatal Medicine 2020.
back to toptop